Totaal aantal pageviews

04 februari 2018

Ontmoeting met een leraar.




35 jaar geleden werkte ik fulltime als assistente op die ZML school en ook toen stonden assistenten als ik al vaker dan wenselijk alleen voor de groep. Wat prees ik me dan gelukkig met de uitmuntende 'training on the job' die Gerda, de leerkracht, me had gegeven voordat zij het 'hoofd der school' ging vervangen. Zij leerde me kinderen te 'lezen', hun kwaliteiten te zien en waarderen en hen onvoorwaardelijk te accepteren precies zoals ze zijn.
Die lessen heb ik geïnternaliseerd en het kost me door de bank genomen heel weinig tijd en nauwelijks of helemaal geen moeite om een kind in mijn hart te sluiten.

Behalve die ene leerling uit diezelfde aanvangsgroep.
De hele school liep met hem weg en ik begreep er niets van. "Hij is groot en  motorisch zeer onhandig. Zijn taalontwikkeling is minimaal en zijn hoofd zakt altijd één kant op. Hij is altijd goedgemutst, dat wel, maar 2 minuten zelfstandig ergens mee bezig zijn lukt hem niet.
Eigenlijk functioneert hij op babyniveau en is hij niet in staat om deel te nemen aan het onderwijs."
 Ik kon het geduld niet opbrengen dat hij nodig had en betrapte me er vaak op dat ik me vreselijk ergerde aan alles wat hij deed en naliet.
En dat hinderde me enorm; zo wilde ik niet over een kind denken!

In het kader van de opleiding die we volgden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek zette ik mijn kaarten in op verandering van mijn houding ten opzichte van deze leerling. Het boek van Thomas Gordon, Bewust omgaan met kinderen, was net gepubliceerd en bood me handvatten voor deze opdracht.
Toen ik het plan had beschreven, stapte ik op een ochtend bewust op deze leerling af en nodigde hem uit om samen een sorteerwerkje te doen. Eenmaal naast hem aan tafel vertelde ik hem dat het mij maar niet lukte om van hem te houden. Hij keek me aan en ik wist dat hij mijn woorden niet begreep. "Alle juffen en meester Adrie zijn dol op jou, alleen ik niet. Ik voel me een beetje dom. Kun je me helpen?" Dat laatste woord verstond dit kind heel goed, 'hellupe' was feest voor hem. Hij haalde alle vormpjes uit de doos en stopte ze één voor één op de goede manier terug. "Arco hellupe?, zei hij en hij straalde. Mijn hart opende zich en ik zag hem in al zijn glorie! Het gevoel van afkeer heb ik nooit meer gehad.

20 jaar of meer na dato zag ik hem lopen in de stad. Onmiskenbaar dezelfde mens, nu in een volwassen lichaam. Hij ging met zijn moeder het grote postkantoor binnen en ik volgde hen. Toen ze in de rij stonden voor een loket, sprak ik hem aan. Hij keek om, herkende mij niet maar dat maakte weinig uit. Ik kende zijn naam en dat was voldoende om contact te maken. Ik vroeg of het goed met hem ging en of hij nog wist van de school en van meester Adrie. "Meestr Adrie", herhaalde hij, "Ja, meestr. Adrie!" Die kende hij nog wel. Hij leek nog net zo vrolijk als vroeger en ook zijn hoofd hing nog naar één kant, waardoor hij  een beetje scheef de wereld in keek. "Nou, dag hoor", zei ik, "tot ziens."
Ik glimlachte toen ik het pand verliet en voelde me bevoorrecht dat hij nog eens op mijn pad kwam, hij was tenslotte een invloedrijke leraar voor me!